12,5 jaar Limburgeren

Deze week vier ik mijn eigen jubileum. Ik ben nu 12½ jaar aan het Limburgeren. Ons Nijmeegse importgezin woonde van zomer 1973 tot herfst 1979 in Maastricht. 6¼ jaar geleden verhuisde ik met mijn eigen gezin vanuit Westzaan naar de buurtschap Kasen bij Bunde.

 

Je kunt me dus gerust ervaringsdeskundig noemen op het terrein van inburgeren in Zuid-Limburg. Al wijkt het perspectief van een lagere schooljongen natuurlijk wel af van dat van een vader. Maar toch, een pretentieloze vergelijking… waarom niet? Hoe verliep dat Limburgeren, toen en nu?

 

Ooms en tantes die hier carnaval kwamen vieren, werden wakker in een vreemde wereld: ze moesten het stellen zonder Deurzakkers of André van Duin. De Karnevalsleedsjes kwamen en komen van eigen bodem: ‘Boe kriege veer e pèlske?’ Ook het uiterlijk vertoon was nieuw. Als communicantje stond ik in bermuda & polo tussen tientallen sjoen Kemunie-pèkskes. Het leken wel bruidspaartjes. Intussen schaamde ik me dood in mijn calvinistisch-korte broek. Als Mestreechter Kräölke zong ik backing vocals op Johnny Blenco’s ‘Keersmès roond de Vriethof’

Johnny Blenco

en liep ik mee in de Heiligdomsvaart van 1976:

Heiligdomsvaart 1976

Wie wil Limburgeren, kon en kan niet om de kleur- en geurrijke tradities heen. Die geven de regio haar bijzondere culturele identiteit. Ook gebleven is de grote gemeenschapszin. Nooit eerder was ik lid van zoveel clubs en clubjes.

 

Dialect spreken was dertig jaar geleden verplicht. Deed je dat niet, dan was een sociaal isolement je deel. Al snel dreef ik mijn ouders tot wanhoop: ‘Mam, boe is mie sjerrep?’ Mijn roots hield ik liefst verborgen: ‘Stel dat ze me ontmaskeren als Hollender’. Ik was niet de enige. Jarenlang voetbalde ik ‘in het Maastrichts’ met klasgenoot Jeroen. Totdat zijn moeder hem eens binnenriep. Jeroen werd donkerpaars: hij was er zelf ook één! Nu is die dialectplicht verdwenen. Mijn kinderen beheersen het Bungs alleen passief en dat brengt ze allerminst in een sociaal isolement. De nieuwe regiotaal is Engels: op Maastricht University (‘Leading in Learning!’), tijdens bijeenkomsten (Maastricht debates, PechaKucha) en op de TEFAF.

 

Als voetbaljochie zweefde ik van geluk toen ik in 1978 us MVV’ke in de oude Geusselt zag winnen van het Ajax van Krol, Lerby, Arnesen en Tahamata. (Toen nog) Bertje van Marwijk c.s. wonnen sensationeel met 1-0! Maar waar men in Nijmegen al sinds 1983 ronkt over de 2-0 bij rust tegen Barcelona (eindstand 2-3…), kom ik deze grootse MVV-zege niet tegen in de Canon van Maastricht. We juichten met de handen in de zakken.

 

Gouverneur Frissen noemt dat ‘schuchterheid’. Maar die eigenschap is mondjesmaat aan het verdwijnen. Het ondernemende élan dat ik hier bij terugkomst voelde bracht me op het idee om succesvolle inspirators als Pierre Boels, Camille Oostwegel en Paul Rutten te portretteren. De Provincie reageerde direct enthousiast: ‘Ja, want het glas is halfvol!’ En zo is het. We bouwen drie campussen, pionieren in zonne-energie, boren een unieke dubbeldeks tunnel en worden als Maastricht Region in 2018 Culturele Hoofdstad van Europa.

 

Een groot verschil met dertig jaar terug: de culturele eigenheid is gebleven, maar de blik is naar buiten gericht.

Martijn Kagenaar schreef deze blog op 09.11.2009.
De blog valt in de categorieën Cultuur en Maastricht region en gaat over Culturele Hoofdstad, Camille Oostwegel, campus, carnaval, dialect, Heiligdomsvaart, inburgeren, Johnny Blenco en Limburgeren.
pijltje boven