Sneeuwvrij

Limburgs landschap

Twee weken vrij, hartje winter. Longen en hoofd weer volzuigen na de felle eindejaarssprint waardoor we vaak pas om 17 uur aan de dag begonnen. Maar nu was er alle tijd voor nieuwe energiebronnen en het herontdekken van oude bronnen. Bij De Tribune kocht ik in een impuls Spiegel van de wereld van de Britse schilder Julian Bell (2008). En dat boek beschrijft de geschiedenis van de kunst zó meeslepend dat ik daarna meteen nog drie kunstboeken ben gaan kopen. Bell concludeert: kunstenaars maken iets wat je dwingt om er intens naar te kijken en jezelf de vraag te stellen ‘wat neem ik waar en wat doet dat met me?’ Deze ‘Bell-definitie’ heb ik eens getoetst aan de praktijk

Francis Alys Bonnefantenmuseum

Zo maakte ik kennis met de Belgische kunstenaar Francis Alÿs. Kris-kras door het Bonnefantenmuseum hangt zijn video-installatie ‘Choques’ uit 2005. De wandelende Alÿs struikelt over een straathond en legde die scene vanuit negen standpunten vast. Deze obsessieve perspectiefwissel dwingt je tot de vraag ‘zie ik wel steeds hetzelfde en wat betekent dat?’ ‘Choques’ moet je fysiek ondergaan (het kan nog tot 27 maart), maar YouTube biedt je een goede appetizer.

Wiel Arets Schunk* Heerlen

De volgende toets was bij Wiel Arets in Schunck*. Spectaculaire gebouwen (‘strong buildings’), een altaar vol piepschuimschetsen, tot in de puntjes verzorgde case studies en bevlogen videoportretten van George Vogelaar. Hopelijk wordt deze grote kleine man binnenkort creatief directeur van ‘Zürich aan de Maas’, zijn eigen Zuidstad. Maar is hij nou architect of politiek visionair? Ik weet het nog niet. Zijn veelomvattende werkt dwingt je op de knieën. Maar zag ik veel te weinig! Om 17 uur werden we het Glaspaleis uitgewerkt. Ik ga terug, vóór 13 februari. Ook Arets doorstaat de Bell-toets dus met glans.

Beatles album cover

Ook mijn oren toetsten mee. In 1980 wilde het er bij brugklasgenoten maar niet in dat ik naar de Beatles luisterde. De Rode, de Blauwe en later vooral de Witte. Deze week liet ik me ontvoeren door de Zwarte box met alles (klik gerust: mooie video!) opnieuw geremasterd. 223 nummers uit amper zeven jaar bewijzen hoe tieneridolen zich in een razend tempo ontwikkelden tot doorslaggevende kunstenaars. Nu blijken niet alleen hun ontsporende orkesten en achterstevoren gedraaide tekstflarden baanbrekend. Ook zonder studio-trips maakten zij juweeltjes die nog steeds tintelfris klinken. En dat dat tot intensief luisteren leidt, kunnen mijn kinderen beamen!

 

Nieuwe adem. Inspiratie. Herbronnen. Het lijken clichés omdat we er vaak mee worden doodgegooid. Toch werkt het. De achteruitkijkspiegel geeft weer alle reden voor optimisme: we zijn tot zó veel moois in staat. Ik wil in 2011 indringende waarnemingen oproepen zoals Bell die bedoelt. Met visuele communicatie die de intense aandacht voor onze klanten opeist. De geschiedenis bewijst dat het kan.

Martijn Kagenaar schreef deze blog op 09.01.2011.
De blog valt in de categorieën Creativiteit en Cultuur en gaat over Bonnefantenmuseum, inspiratie, Beatles, Francis Alÿs, Julian Bell, kunstgeschiedenis, Q-music, Schunck en Wiel Arets.
pijltje boven