De Uitroeptekenpolitie

Frans Pollux noemde het web laatst een ‘uitroeptekenparadijs’. Dat vind ik een heel mooi woord. Bovendien maakte dit woord mij duidelijk dat wel méér mensen de inflatie van dit leesteken met lede ogen aanzien. Ja mensen, pas op! Het uitroepteken raakt sleets!

Is dit nou relevant voor communicatiemensen? Zeker en vast. In ‘Alles over leestekens’ schreef tekstadviseur P.J. van der Horst in 1997: “We gebruiken een uitroepteken in de volgende gevallen:


  1. Na een uitroep: Au! Help!
  2. Om nadruk te leggen: Ik heb het toch gezegd!
  3. Midden in de zin, om nadruk, verbazing of ironie uit te drukken: Hij had alles (!) verspeeld.”

 

Van der Horst waarschuwde met vooruitziende blik: “Wees in zakelijke teksten zuinig met uitroeptekens. […] ze geven in het algemeen een emotionele toestand van de schrijver weer die beter op een andere manier geuit kan worden. […] Ze maken de boodschap niet duidelijker.”


Om dat laatste is het mij natuurlijk te doen: boodschappen mogen niet verloren gaan. Ons motto is dan ook ‘eerst richten, dan schieten’. Voordat we een concept ontwikkelen, verkleinen we eerst het zoekgebied. Dat lijkt degelijk en saai. Wil een creatief niet het liefst carte blanche? Neen, onze klanten schakelen ons in omdat ze een doel hebben. En daarom concentreren wij ons eerst op de boodschap. We stellen ons een tijdje op als een ‘kritische vriend’. Dan vragen we bijvoorbeeld: “Stel dat uw organisatie er niet was: wat dan?” Dat is geen dure vorm van tijd rekken maar bespaart veel misverstanden en dus ook geld. Zo voorkom je dat opdrachtgevers zeggen dat je ‘de plank helemaal misslaat’.

 

Die situatie verandert drastisch als je onmiddellijk en bijna ‘in het wild’ moet gaan creëren. In zo’n onzekere situatie ga je gemakshalve oneigenlijke belangstelling wekken. En daartoe kunnen creatieven graaien in een rijk gevulde trucendoos vol generieke grappen (Pearle) en coole gadgets 

Heineken gadget
(Heineken)

Helaas slagen die trucs niet altijd en blijft het vaak bij een halfslachtige greep naar losse grafische elementen. Om hierop toe te zien rukt hier bij tijd en wijle de Uitroeptekenpolitie uit. Die treedt rücksichtlos op tegen ieder zwaktebod en stuurt alle overbodige sterren, vaandels, neonkleuren, schaduwtjes, kadertjes, verloopjes, CHOCOLADELETTERS en uitroeptekens (!) terug naar de ontwerptafel. Want zulke trucs duiden er op dat er niet tot de kern is doorgedrongen. De doelgroep is doof noch blind. Die heeft geen uitroepteken nodig om je te kunnen zien of horen.

 

Die oude typemachine was dus zo slecht nog niet. Daarop zat helemaal geen uitroepteken. Om dat teken te plaatsen moest je nog moeite doen: eerst een ‘ en daarna een . Nu is dat te makkelijk: SHIFT-1! Zo kan het uitroepteken willoos worden misbruikt. En dat gebeurt dus ook. Hulp! Politie!

Martijn Kagenaar schreef deze blog op 03.11.2009.
De blog valt in de categorieën Bureauzaken, Branding, Creativiteit en Design en gaat over boodschap, cassettestick, Frans Pollux, Heineken, leestekens, P.J. van der Horst en Pearle.
pijltje boven