Wat hebben we echt nodig?

Wido Smeets schrijft deze maand in Zuiderlucht over de sky scaper index: hoe hoger we bouwen, des te dichterbij de rampspoed. De Toren van Babel was ooit het eerste voorbeeld. Maar omdat we ‘in die dagen’ nog geen aandelen verhandelden, gebruiken we deze Manhattan-metafoor pas sinds 1929.

 

Smeets’ stuk start spectaculair. Op een parkeerplaats in Dubai, naast het hoogste gebouw van de wereld:

Burj Dubai
Burj Dubai, 818 meter hoog

Het gebouw is nog niet helemaal af. Maar de bouwput is verlaten. De werklieden krijgen geen salaris meer. Ze liepen zó snel weg dat bij alle auto’s de sleutel nog in het contact steekt. (Dit soort ‘niet mis te verstane voorbodes van een recessie’ is tot 10 januari te zien in NaiM Bureau Europe.) Wido Smeets verzucht dat architectuur weer ‘mensenwerk’ moet worden. Ook Jeanne Dekkers sprak hierover tijdens haar Peutz-lezing in Schunck*. Ze pleitte voor een architectuur die geen speeltje is van de macht en de markt, maar één die wortelt in zijn omgeving, op de menselijke maat.

Dit is geen louter architectonisch probleem. Design superster Philippe Starck zag in zijn eigen oeuvre louter leegheid. En in Adformatie gooide grafisch ontwerper Gert Dumbar vorige week nog eens ouderwets zijn kont tegen de krib: “Als een designer rijk wordt, is het geen goede designer. Zie het design bij Blokker.”

Je kunt tegenwerpen “So what? Kunstenaars en ontwerpers werkten altijd al in dienst van de machthebbers en dat leidde vaak tot fraaie resultaten. De Aeneas van Vergilius was een lofzang op keizer Augustus. Michelangelo’s Sint-Pieter moest twijfelende Lutheranen terug in de kudde brengen. En Hugo Boss tekende de strakke pakjes van de SS en Hitler Jugend.”

 

Maar tegenwoordig worden creatieven ook beoordeeld op hun morele gehalte. De toekomst is daarom aan kleinschalig en oprecht ontwerp. Een paar jaar geleden vlogen jonge projectontwikkelaars met topbestuurders in een helicopter over ons land. Ze schaamden zich voor al die lelijke vormeloosheid: “Dit doen wíj onze kinderen en kleinkinderen niet aan. Wij ontwikkelen voortaan alleen projecten die mensen echt nodig hebben.”

 

En daarmee is de cirkel rond. AdAge publiceerde vorige week een pleidooi voor het ontslaan van de ‘brand manager’. Want de échte brand manager, dat is de consument. In community’s is hij de baas. Sinds het Kryptonite-drama is dat een Feit (deze fietsslotenfabrikant werd al in 2004 volledig lamgelegd door reacties uit ‘blogosphere’).

 

We gaan dus weer luisteren in plaats van zenden. ‘No-reply’ adressen verdwijnen. En elk ontwerp wordt wit zodat de consument zijn favoriete kleur er bij kan fantaseren. Het wordt een rustige wereld. Auto-dealers merken het al. Wit is populair. Vroeger was het: “Met de witte blijf je zitten.” Maar nu kan het niet wit genoeg. En was het niet juist een architect (Ludwig Mies von der Rohe) die ons leerde “Less is more”?

 

Precies! We moeten dus alleen ontwerpen wat nodig is. En Gert Dumbar? Die geeft zelf het goede voorbeeld. Hij ontwerpt een pictogrammensysteem dat de communicatie bij wereldrampen makkelijker maakt. “Een visueel Esperanto voor iedereen die in nood verkeert.”

Martijn Kagenaar schreef deze blog op 22.10.2009.
De blog valt in de categorieën Branding, Cultuur en Design en gaat over Architectuur, Design, sound branding, creativiteit, duurzaamheid, Gert Dumbar en Zuiderlucht.
pijltje boven