Bloody bold

Britse merken inspireren ons. BP, Innocent, London 2012, Orange, Tate, Unilever. Stevig, stoer, silly, maar altijd overtuigend. Hun bedenkers noemen dat ‘bold’ design. Alsof ze geen compromissen hoeven sluiten. Hoe kan dat? Om dit te achterhalen volgden we in Londen een korte leergang ‘British Design’ van merkeninstituut EURIB.

 

Al was het maar voor het slotgesprek met sir Michael Wolff (mede-oprichter van de moeder aller merkenbureaus, WolffOlins). Maar ook de zeven andere dagdelen waren inspirerend en leerzaam. Designprofessor Mike Press schotelde ons de Big Picture voor, bij topbureaus Fitch en Pearlfisher raasden we per rollercoaster door hun portfolio’s en het piepjonge Snook gunde ons een kijkje in de toekomst.

"We're in it for the business!"

Eerst die Big Picture. Waar Dutch Design geworteld is in cultuur, draait Brits design er al drie eeuwen geen doekjes om: “Basically, we’re in it for the business!” Al vanaf het moment dat men op industriële schaal porselein, textiel en staal ging produceren, richtten steden als Glasgow, Leeds en Birmingham design schools op. Geen autonome kunstacademies, maar vooruitgeschoven posten in de competitie met andere steden.

 

Omdat Britse ontwerpers werken vanuit economisch perspectief, worden ze al heel vroeg ingeschakeld. Niet door marketing of communicatie, maar door directie en R&D. Niet als mooi-makers, maar als verschil-makers. En wie verschil moet maken, komt met radicale oplossingen. Een bold advies om in onze oren te knopen.

Haal meer uit je bureau

Britse merken zijn gebaseerd op kennis, niet alleen op esthetiek. De bureaus werken er structureel vanuit de ‘double diamond approach’: Discover, Define, Design, Deliver. Die ‘Discovery’-fase van diepgaand gedragsonderzoek maakt de context rijker en de kans op werkelijke verbetering groter. Die fase wordt dan ook nooit overgeslagen. 

Verpakkingsontwerpers bij Pearlfisher vinden zichzelf pas echt succesvol ‘if we create the future’. Hun afdeling ‘Futures’ weet waar het heen gaat in food, retail, mode. Retailbureau Fitch zegt ‘we design change’. Ze streven naar een 'naadloze' merkervaring, in de winkel, door het personeel en in de webshop. Als een klant alleen een mooie winkel wil, moeten ze niet bij Fitch zijn. Britse bureaus maken daarmee duidelijk hoe een klant het meeste rendement uit zijn bureau haalt. Doen wij dat wel altijd? 

 

Britse bureaus zijn trouwens ook schaamteloos commercieel. Het maakt Fitch niet uit of ze in Qatar wel kunnen of willen voetballen. De Qatarese voetbalbond heeft een 'offensive amount of money' en daarmee kun je een verbluffende hi-tech merkidentiteit ontwikkelen:

Service design

Een laag dieper graven de service designers van Snook. In hun manifest ‘Stop Designing Chairs!’ stellen zij zich niet op als goddelijke scheppers, maar als facilitators van verbetering. Zo bedachten zij Cyclehack, een event waar fietsliefhebbers oplossingen bedenken om hun stad fietsvriendelijker te maken. Tijdens zo’n Cyclehack bedachten vrouwen een geniale manier om in rok toch 100% discreet door de stad te fietsen.

 

Glasgow vroeg Snook mee te denken over ‘MyGlasgow’. In gesprek met inwoners zochten zij manieren om de dienstverlening door de stad te verbeteren. Dat leidde tot allerlei simpele, super-praktische digitale oplossinkjes die de gemeente afhielp van klachten over niet-geleegde glas- en afvalbakken maar ook van achterstanden bij de ophaaldienst voor grof vuil. Een overheid die met ontwerpbureau en burgers betere diensten creëert: da’s pas really bold! Wacht… belde daar iemand?

04.12.2014.
De blog valt in de categorieën Creativiteit en Design en gaat over British Design, EURIB, Fitch, Pearlfisher, Snook en Wolff Olins.
pijltje boven